Over zorg

De woorden ‘Zorg’ en ‘Service’ lijken zo veel op elkaar dat ze door elkaar gebruikt worden. Er zijn tegenwoordig zelfs bureaus die zich zorgservice noemen. Wie zo op het eerste gehoor het verschil tussen de twee woorden ‘zorg’ en ‘service’ aan wil geven zal dit eerder als een verschil in gevoelswaarde noemen dan een principieel verschil in betekenis. Is zorg iets intensiever dan service of is het andersom zodat service dieper gaat dan zorg. Hoe zou het toch komen dat we zorg niet kunnen definiëren in termen van service of in termen van een dienst of dienstverlening. Zelfs de term hulpverlening schiet te kort als we het over zorg hebben.

Het wordt misschien duidelijker als we er wat voorbeelden uit het dagelijks leven bij halen. Als een baby huilt omdat die honger heeft, is dan de aangeboden moederborst een service of is dat zorg. Als iemand geen raad weet met het verdriet, is dan een troostende arm om de schouder een service of is dat zorg. Als iemand net de bus heeft gemist en zichtbaar baalt als een stekker, levert die automobilist die de ongelukkige laatkomer dan zorg of is dat een service. Als je op een verlaten landweg een lekke fietsband krijgt en je mag op de nabijgelegen boerderij je band plakken is dat dan zorg of service.

Door zo een aantal dagelijks voorkomende voorvallen langs te lopen en telkens proberen te beoordelen of elk voorval nu thuis hoort in de categorie zorg of in de categorie service, krijg je het verschil misschien niet direct onder woorden, maar je krijgt er wel gevoel op.  Het dagelijks taalgebruik levert wat meer duidelijkheid, niet zozeer over het verschil maar in het overlappende van zorg en service. Als je bijvoorbeeld je auto wegbrengt voor een grote of kleine service beurt, wil je dat er zorg aan besteed wordt, dat er zorgvuldig gewerkt wordt. Dan stap je met vertrouwen weer in je auto omdat je er van uit kunt gaan dat in de garage vakkundig gewerkt is en alles gecontroleerd is. Omdat ook de vette vingers van de motorkap geveegd zijn, weet je dat er ook met zorg gewerkt is.

Het verschil zit’m er niet in dat voor de één betaald moet worden. Voor allebei moet betaald worden, direct of indirect. Dat is het dus niet. Het zijn woorden en begrippen uit verschillende domeinen en net als olie en water zijn deze begrippen niet te mengen, ook al grenzen ze aan elkaar. Bepalend is dat er een relatie tussen de zorgverlener en de zorgvrager is. Meestal is deze relatie een vanzelfsprekende vertrouwensrelatie. Met een verpleegster of je dokter heb je een andere relatie dan met je energieleverancier of je internetprovider. Bij de ene soort relatie kijkt men naar je en vraagt of het wel goed met je gaat. Als je zegt: “Prima, niks aan de hand”, maar je ogen zeggen iets anders dan wordt er doorgevraagd, want er schort natuurlijk wel iets, anders was je daar niet. Dat is het kenmerkende van zorg, de wil om het gesprek aan te gaan. Die communicatieve houding staat lijnrecht tegenover de strategische houding van de service, de houding van het verdienmodel. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar verpak de service dan niet als zorg. Want denk je dat het Google, Twitter of Facebook een zorg zal zijn als jij depressief wordt van 24/7  bereikbaar te (moeten / willen) zijn?

‘How are you today’ en ‘een fijne dag verder’ wordt zo makkelijk gezegd, maar het is een wereld van verschil wie het zegt en op welke toon. Want de ene wereld is een wereld van (geldelijke) belangen terwijl de andere wereld er één is waar de toon en het gebaar bepaalt hoe we met elkaar om willen gaan.

Omdat die werelden niet met elkaar willen mengen, zoals olie en water niet willen mengen, zie je nu dat zorg niet thuishoort in de wereld van de marktwerking waar we dankzij het neoliberale populisme in verzeild geraakt zijn. Dan volgt dus het failliet.

Jan Fondse
Oud-lid van de Adviesraad Sociaal Domein Westerveld