Adviesraden geven positie aan familie/naasten in de ggz

Bij de meeste personen met een (mogelijk) ernstig psychiatrisch aandoening zijn familie/naasten betrokken. Zij signaleren van dichtbij problemen en zorgen voor de patiënt. Ze voelen zich daarin nog niet altijd gezien, gehoord en gesteund door gemeenten. Met de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de aanpak van mensen met verward gedrag en de komst van de Wet verplichte ggz, neemt het belang daarvan toe. Adviesraden Sociaal Domein kunnen een belangrijke rol vervullen bij het positie geven van familie/naasten: binnen het gemeentelijk beleid én binnen de adviesraden zelf.

De gemeente werkt vanuit de Wmo aan haar taak om samenhang in de zorg voor kwetsbare personen te regelen. Maar in de praktijk blijkt die samenhang niet altijd op orde. Door meer naasten van ggz-cliënten in de adviesraden zitting te laten nemen, krijgt de adviesraad expertise over dit lastige terrein. De adviesraad kan deze benutten in de advisering aan de gemeente over de ondersteuning van psychiatrisch patiënten. En over de ondersteuning van familie/naasten zelf.

Minder zorg i.p.v. meer

Ik kom het regelmatig tegen. Ouders of naasten die met het handen in het haar zitten. Die niet weten waar ze moeten zijn, die van het kastje naar de muur worden gestuurd. Zo ondersteun ik een moeder van een zoon, die vanwege zijn psychotische aandoening in een beschermde woonvoorziening verbleef. Nadat het een poosje goed met hem ging, escaleerde zijn gedrag. Onberekenbaar, vloeken, ontregelt. Andere bewoners hadden daar last van. De jongen heeft geen ziekte-inzicht en wilde nergens aan meewerken. Voor de woonvoorziening, gefinancierd door de Wmo, reden om hem weg te sturen. Hij kon alleen nergens terecht, behalve bij daklozenopvang. Voor een gedwongen opname was hij nog niet ziek genoeg. Zijn moeder nam hem weer in huis. Zonder de juiste begeleiding veroorzaakt hij thuis en in de buurt problemen. Een uitzichtloze situatie, wachten op de crisis, die leidt tot een gedwongen opname. Juist op het moment dat hij meer zorg nodig had, kreeg hij minder zorg. Ik probeer haar nu op weg te helpen in het verkrijgen van de juiste hulp voor haar zoon. Ook voor zichzelf. Ze heeft weinig vertrouwen in de zorgorganisaties en de gemeente. Ik weet de weg in de ggz, ben op de hoogte van alle regelgeving. Ze krijgt langzaam meer vertrouwen dat het mogelijk is voor haar zoon passende zorg te organiseren.

Dit soort schrijnende situaties moet voorkomen worden. In het beleid worden familie/naasten belangrijk genoemd, maar blijft onvoldoende belicht op welke manier zij betrokken en ondersteund kunnen worden. De familievertrouwenspersoon (fvp) kan in samenwerking met andere partijen de voor familie/naasten noodzakelijke ondersteuning bieden. De fvp kan voor gemeenten ook signalerend zijn over waar familie/naasten in de ggz tegenaan lopen en wat zij nodig hebben.

Truus Bijker

Familievertrouwenspersoon

Familievertrouwenspersonen (fvp)  in het sociaal domein bieden gratis deskundige ondersteuning en advies aan naasten die vastlopen in het organiseren van zorg voor hen die ggz zorg nodig hebben. Zij zijn in dienst bij de landelijke Stichting Lsfvp. Zie ook de eerdere blog >>>