Een ‘stevige’ mantelzorger is goud waard

De kop van het artikel in de Telegraaf van 13 februari verwoordt onomstotelijk dat de grenzen in zicht zijn: “Mantelzorger snakt naar flexibele baas”. Of dat het antwoord is, weet ik niet. Ik zie wel dat we balanceren op het randje van ‘houdbaar’. Bijna twee miljoen mantelzorgers combineren werk en zorg voor een naaste. En daar hebben ze het ‘best druk’ mee.

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning stelt dat langer thuis wonen met wat minder zorg van de zorgprofessionals en wat meer hulp van eigen netwerk mogelijk is. Durf te vragen en zo. En in het begin leek ‘the sky’ ook ‘the limit’. Vrijwilligersbanken schoten als paddenstoelen uit de grond en gemiddeld waren er drie aanbieders voor elke hulpvrager. Maar inmiddels zijn we vier jaar verder. De mantelzorger raakt overbelast, de buurvrouw ‘best een beetje moe’ en de goede vriend ‘heeft inmiddels meerdere zorgvragers’. Het bordje is vol.

WeHelpen doet veel onderzoek naar de belasting van mantelzorgers en op welke wijze we elkaar kunnen helpen, en ontwerpt instrumenten die informele hulp versterken. Het potentieel van deze ‘informele’ ondersteuning is groot: we willen best een ander een keer helpen. Het geeft een goed gevoel en iedereen heeft op een bepaald moment wat hulp nodig. Zo ook de mantelzorger, want hij of zij wordt bij langdurige vraag kwetsbaarder. Of het nu ligt aan het feit dat die een drukke baan heeft, wat ouder wordt of gewoon ook een sociaal leven heeft:  dat maakt niet uit, het wordt een steeds grotere uitdaging.

Is er dan sprake van een uitzichtloze situatie? Gelukkig niet. Guus Schrijvers, oud-hoogleraar Public Health & Gezondheidseconoom, adviseert: “Neem je mantelzorger mee naar het keukentafelgesprek, want een ‘stevige’ mantelzorger is goud waard!” En die stevigheid, daar zit ‘m de crux.

WeHelpen is van mening dat je daaraan moet bouwen, starten met een goede fundering. Die fundering is vaak het eigen netwerk, breder dan alleen de feitelijke mantelzorger. Ik zei het al: “Iedereen heeft op een bepaald moment wat hulp nodig”. Dus leggen we de focus op het aanbieden van makkelijke manieren om dat netwerk te organiseren. Door vroegtijdig in gesprek te gaan en inzicht te krijgen in je persoonlijke situatie en activiteiten kun je vervolgens ook gericht leiden naar specifieke instrumenten voor bijvoorbeeld dementie en niet-aangeboren hersenletsel. En van daaruit bouwen aan het netwerk. Dit kunnen naasten zijn, maar ook bekenden en buurtgenoten.

Als we samen voor iemand zorgen, gecombineerd met tijdige, passende ondersteuning en zorg van professionals, dan werken we met z’n allen naar één doel: ‘langer leuk thuis wonen.” Zodat we over een paar jaar kunnen zeggen: “Kom maar op, er kan altijd wel een zorgvrager bij.”

Gertjan van Rossum,
Algemeen Directeur WeHelpen

www.wehelpen.nl
www.cooperatiewehelpen.nl

Foto door Ruud van der Graaf