De beklimming van de participatieladder

Ik ben er één. Ik ben één van de kwetsbare burgers die extra steun en hulp nodig heeft gehad in zijn leven. Forse hulp ook. Sterker nog, ik ben een persoon met verward gedrag geweest, of zoals het nu ook vaak nog wordt genoemd een “verward persoon”. Ik was al jong toen ik psychische klachten kreeg in een gezin waarin dit niet werd gesignaleerd. Zo rond de puberteit werden mijn klachten vooral daaraan toegewezen. De klachten groeiden uit tot psychoses, opnames in de geestelijke gezondheidszorg en een stevige patiënten-status met dito diagnose en medicatie.

Het voelde uitzichtloos, ik was immers pas in de twintig en had inmiddels mijn jeugddromen en wensen al ver weggestopt. Ik verkeerde na de opnames lange tijd in een soort niemandsland. Ik vond niet zomaar aansluiting in de maatschappij; te kwetsbaar, te onstabiel. Ik herstelde langzaamaan en kreeg daarvoor – zoals dat heet – behandelingen. Herstellen van ernstige psychische klachten voelde echter heel anders als het krijgen van behandeling. Een behandeling krijg ik bij de tandarts en de schoonheidsspecialist waar ik niet veel hoef te doen. Het is een woordkeus die mijn eigen kracht en effort schromelijk te kort deed. Herstellen is echt keihard knokken. Niet altijd alleen, ik had goede mensen om mij heen, maar altijd zelf.

Gelukkig kwamen mijn wensen en dromen, na een lange herstelperiode weer aarzelend onder het tapijt vandaan. Stoffig waren ze, en voorzichtig maar met een stukje hervonden hoop zag ik weer kansen te kunnen bijdragen als mens, een mens met perspectief! Inmiddels werk ik fulltime als ervaringsdeskundig projectleider in de zorg en het sociaal domein en verbaas ik mij vaak. Niet zozeer in hoe wij maatschappelijk herstel van kwetsbare burgers ondersteunen, maar vooral over hoe wij ook dat benoemen.

Termen als burgerparticipatie, een “top down en bottom up” beweging, en de participatieladder vliegen me om de oren… Voor mijn ogen rijst er dan een ladder op, net zoals het model in de beleidsstukken laat zien; te hoog te beklimmen met de last die ik al draag door mijn klachten. Ik wil wel stappen maken, maar de radder is stijl omhoog. Ik kijk om me heen en zie dat ik helemaal onderaan sta, terwijl de volwaardige burger toch echt veel verderop lijkt te staan. Gelukkig had ik in mijn eigen proces hier geen weet van. Was dat wel zo geweest dan had me dat vast heel moedeloos gemaakt. De beweging van onderop moeten maken plaatst mij op de bodem, geeft me het gevoel van onvolwaardig burgerschap. Zwem daar vandaan maar eens omhoog met je kwetsbaarheid al op de nek. Against all odds.

Ik wist gelukkig niets af van de term burgerparticipatie…ik had immers inmiddels mijn eigen dromen en wensen die ik langzaamaan weer voor me zag. Door de hulpverlening die ik tot mijn beschikking had, werden ze gezien als kleine kiemen in langzaam steeds vruchtbaar wordende grond. Zij keken gelijkwaardig naar mij, zagen mij als mens, en voedden mijn wensen en dromen in dit proces. Geen bottom up klim, maar een gezamenlijke zoektocht naar zingeving voor mij als mens in de maatschappij.

Ik ben er van overtuigd dat ik nu sta waar is sta door de manier waarop ik hierin ben gezien en begeleid. Ieder mens wil diep van binnen bijdragen op zijn of haar manier en naar vermogen. Als we dat nou eens bovenaan zetten! On top! En de burger niet willen laten participeren, maar zijn ontwikkeling in the lead zetten.

Als wij elkaar gelijkwaardig gaan zien, en dit daarvoor vooral ook zo gaan benoemen in de zorg- en beleidstaal die we daarvoor gebruiken, zou dat niet veel helpender zijn?

Paola Buitelaar
ervaringsdeskundig beleidsadviseur RIBW Alliantie
ervaringsdeskundig projectleider RIBW Brabant